Kort: ligt de gemiddelde waarde van een effectenrekening boven € 1 miljoen, dan betaal je jaarlijks 0,15% op die waarde. De taks bedraagt nooit meer dan 10% van het deel boven € 1 miljoen. Voor de meeste beleggers is ze dus niet van toepassing.
Hoe werkt de taks?
- Ze geldt per effectenrekening, ongeacht hoeveel personen de rekening op naam hebben.
- Er wordt gekeken naar de gemiddelde waarde van de effecten op de rekening over een referentieperiode van twaalf maanden, die loopt van 1 oktober tot 30 september.
- Ligt dat gemiddelde boven € 1.000.000, dan is de taks 0,15% van de volledige gemiddelde waarde.
- De taks bedraagt nooit meer dan 10% van het verschil tussen de gemiddelde waarde en € 1.000.000. Zo vermijdt men dat een rekening net boven de grens zwaar wordt getroffen.
- Ze geldt ook voor buitenlandse effectenrekeningen van Belgische inwoners. Een Belgische bank houdt de taks zelf in; bij een buitenlandse rekening geef je ze zelf aan.
Voorbeeld
| Gemiddelde waarde | 0,15% | 10% van het deel boven € 1 miljoen | Taks |
|---|---|---|---|
| € 900.000 | niet van toepassing | € 0 | |
| € 1.005.000 | € 1.507,50 | € 500 | € 500 |
| € 1.200.000 | € 1.800 | € 20.000 | € 1.800 |
| € 3.000.000 | € 4.500 | € 200.000 | € 4.500 |
Wat telt mee?
Onder meer aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF’s en kasbons op de effectenrekening. Geld op een gewone zichtrekening of spaarrekening telt niet mee. Er gelden antimisbruikregels: het splitsen van een rekening of het omzetten van effecten naar vormen die buiten de taks vallen, enkel om de taks te ontlopen, wordt niet aanvaard.
Zie ook de andere belastingen voor beleggers en de meerwaardebelasting.
Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026. Algemene informatie, geen beleggings- of fiscaal advies.