Kort: sparen is voor je buffer en voor geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt. Beleggen is voor de lange termijn: meer verwacht rendement, maar ook schommelingen en kans op verlies. Fiscaal is het spaarboekje tot € 1.020 intrest per persoon vrijgesteld; op beleggingen betaal je beurstaks, roerende voorheffing en sinds 2026 meerwaardebelasting.
De mogelijkheden naast elkaar
| Risico | Beschikbaar | Belasting | |
|---|---|---|---|
| Gereglementeerd spaarboekje | zeer laag, depositogarantie tot € 100.000 | altijd (premie na 12 maanden) | vrij tot € 1.020 intrest, daarboven 15% |
| Termijnrekening | zeer laag, depositogarantie | op de einddatum | 30% roerende voorheffing |
| Staatsbon of OLO | laag (Belgische staat) | op vervaldag, of verkopen op de beurs | roerende voorheffing op de rente |
| Obligaties en obligatiefondsen | laag tot gemiddeld | dagelijks verkoopbaar | 30% op rente, Reynderstaks bij fondsen |
| Aandelen en aandelen-ETF’s | hoog op korte termijn | dagelijks verkoopbaar | beurstaks, 30% op dividenden, 10% meerwaardebelasting |
Rendement en inflatie
Geld op een spaarrekening is veilig, maar de rente ligt vaak onder de inflatie. Dan verlies je koopkracht: met hetzelfde bedrag kun je later minder kopen. Aandelen leverden op lange termijn in het verleden meer op dan de inflatie, maar met jaren van grote dalingen ertussen. Er is geen garantie dat dat in de toekomst zo blijft.
Een eenvoudige verdeling
- Buffer van drie tot zes maanden vaste kosten op een spaarrekening.
- Doelen binnen vijf jaar (een auto, een verbouwing): spaarrekening, termijnrekening of staatsbon.
- Lange termijn (pensioen, vermogen opbouwen): beleggen, goed gespreid.
Vergelijk het verschil met de spaarrente-calculator en de rendementscalculator. Hoe je begint, lees je in beginnen met beleggen.
Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026. Algemene informatie, geen beleggings- of fiscaal advies.