De Reynderstaks

30% op het rentegedeelte van obligatiefondsen.

Kort: verkoop je een fonds of ETF dat meer dan 10% in obligaties en andere schuldvorderingen belegt, dan betaal je 30% roerende voorheffing op het rentegedeelte van je winst. Dat is de Reynderstaks. Het rentegedeelte mag je aftrekken van je belastbare meerwaarde voor de nieuwe meerwaardebelasting.

De Reynderstaks, genoemd naar voormalig minister van Financiën Didier Reynders, moest voorkomen dat beleggers rente-inkomsten belastingvrij konden omzetten in een meerwaarde. Wie rechtstreeks een obligatie bezit, betaalt 30% op de rente. Wie via een kapitaliserend fonds in obligaties belegt, zou dat anders kunnen vermijden.

Wanneer betaal je de Reynderstaks?

Ook gemengde fondsen en ETF’s, die zowel in aandelen als in obligaties beleggen, vallen eronder als het obligatiedeel boven de 10% ligt. Een ETF die alleen in aandelen belegt, valt erbuiten.

Hoeveel?

30% op het rentegedeelte van je winst. Veel fondsen publiceren daarvoor een bedrag per deelbewijs, de TIS (taxable income per share): het verschil tussen de TIS bij verkoop en de TIS bij aankoop is het belastbare rentebedrag. Publiceert het fonds geen TIS, dan wordt de belasting berekend op een forfaitair deel van je meerwaarde, wat duurder kan uitvallen.

Een Belgische bank of broker houdt de Reynderstaks in bij de verkoop. Bij een buitenlandse broker moet je het rentegedeelte zelf aangeven.

Reynderstaks en meerwaardebelasting

Sinds 2026 valt de winst op fondsen ook onder de meerwaardebelasting van 10%. Om dubbele belasting te vermijden, mag je het rentegedeelte waarop je al Reynderstaks betaalde, aftrekken van je belastbare meerwaarde. Lees de meerwaardebelasting uitgelegd.

Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026. Algemene informatie, geen beleggings- of fiscaal advies.